Home

1. Benny Hinn
Aanklager Granel

2. Ouweneel
Aanklager Geelhoed

3. Rick Warren
Aanklager Geelhoed
- Nieuws
- Back to the bible
- Centrerend
- Van Berghem
- Recensie-1 Smith
- Recensie-2 Smith
- Warren's mening
- Boekrecensies
- Critici

  7 Henk Bakker
  - ND-TRIN
  - Ellips-Toekomst
  - Visie-Je hebt het
  - God is bitter
  - Openbaring
  - Ellips Evangelisch
  - CVK Heidens
  - CVK Het kruis
  - Andries Radio
  - ND-interview
  - RD-Rick Warren

  - Otto de Bruijne

4. TB Joshua
Aanklager vd Ven

5. Joseph Prince
Aanklager BttB

6. F. Ouweneel
  
Goedgelovig

7 Andrew Wommack
Aanklagers: Jos&Regina

Diversen:
- Alverzoening
   - Eeuwig?
   - Vagevuur?
   - Geloof?
- Bevrijdingspastoraat
   - Bevrijding
- Genezing
   - Ziek van het zoeken

- Handoplegging
- Opwekkingsbundel
- Preterisme
- Vallen in de Geest
- Welvaartsevangelie
   - Welvaart in het OT
   - Zaaien en oogsten

- Henk Bakker
- David Pawson



  o n d e r z o c h t    e n    g e t o e t s t

   

Dr. Henk Bakker waarschuwt...
ELLIPS: toekomstverwachting

Ellips - oktober 2007
"Temperen van verwachting is wijs"

Dr. Henk Bakker schreef opnieuw voor Ellips. Opvallend is zijn contrair denken. Niet wat de Bijbel ons leert: Jezus' komst verwachten, nee, Bakkers slotconclusie is: "het kan nog wel even duren". En hij noemt dit zelfs "een grondnotitie van het Nieuwe Testament".

Kanttekeningen
Bakkers conclusie is dat het wijs is om onze eindtijdverwachting te temperen en dat het wijs is om te denken: 'het kan nog wel even duren'. In zijn denken is dit nog wel goed te begrijpen ook. We komen dit contraire denken in meer van zijn artikelen tegen. Maar het getuigt bepaald niet van wijsheid.

Geen spoedige komst
Op www.dossiers.tk is al vaker op artikelen en uitspraken van Henk Bakker geattendeerd die vaak bepaald anti-evangelisch en bepaald niet wijs zijn. Ook nu weer in dit artikel in Ellips is zijn betoog buitengewoon vaag. Bakker betoogt terecht dat er twee lijnen zijn, een lijn van 'spoedig komen' en een lijn van 'nog wachtend'. Iedereen begrijpt dat wel. Maar in dit artikel speciaal over 'Temperen van verwachtingen' wordt die tweede lijn zo eenzijdig benadrukt dat er geheel onjuiste conclusies getrokken worden. Het betoog is ook een beetje van: 'we zien het niet, dus temper je verwachting maar'.

Jezus' verkeerde verwachting
Bakker meent ook dat Jezus, Paulus, Johannes en Jakobus een verkeerde verwachting van het einde hadden. Ja, echt! En zijn spreken over 'het wereldeinde' en zijn gebruik van teksten zonder enig onderscheid tussen Israël en de Gemeente te maken, verklaart veel van zijn reformatorische en niet-chiliastische visie.

Je vraagt je af waarom iemand die niets van de bijbelse toekomstverwachting wil weten, een artikel over eindtijdverwachting moet schrijven. En wat voegt dit toe aan een blad als Ellips? Zijn betoog zal sommigen op het verkeerde been zetten om vooral maar niet teveel toekomstverwachting te hebben.

Ook is het behoorlijk verwarrend, om niet te zeggen stuitend, om de hele serie teksten over een spoedige komst te lezen en dat vervolgens verloren te zien gaan in vage zinnen die uitgaan van Bakkers onjuiste veronderstelling dat die toekomstverwachting in het nieuwe testament vooral getemperd wordt.
Zijn betoog over Mt24:3v bijvoorbeeld is onjuist. Bakker weet hier werkelijk heel goed te benadrukken wat daar bepaald niet de kern van de boodschap is. De tekenen van het einde zijn volgens hem "eerder tekenen van uitstel". Het is m.i. niet nodig er verder over uit te wijden, maar dit is duidelijk geen gezonde bijbeluitleg. Dit is eruit pikken wat in jouw betoog van pas komt.

Nog een paar voorbeelden
Bakker beweert dat in 2Th3 Paulus ontkent dat het einde voor de deur staat. Maar dat is toch echt nergens te lezen. Paulus noemt slechts iets wat éérst moet gebeuren. Hij ontkent in ieder geval niets.

In Mt25 is geen spoor van 'het thema van tempering' te vinden, wel van waakzaam zijn, olie bij je hebben. Let op dat er geen nacht overheen ging, te middernacht was het al zover. En wat betekent dat voor onze verwachting nu? Mag je na 2000 jaar zeggen: het zal nog wel even duren? Natuurlijk niet. Onze verwachting zou juist sterker moeten zijn. Maar die benadering kent Bakker niet. Nee, het is pas dom als je denkt dat de bruiloft spoedig gaat beginnen. Inslapen vindt hij juist goed.
In Mt25:19 lezen we dat de eigenaar na lange tijd terugkwam. Maar let op, dat was wel binnen afzienbare tijd, het waren dezelfde slaven. Maar ach, het zijn details. Waar het om gaat is de negatieve teneur van dit artikel.
 
Omgekeerde uitleg
Over zijn uitleg van (1) het zuurdeeg, alsof zuurdeeg iets goeds is, zullen we het maar niet hebben. Het is meer zo uitgelegd, maar evident onjuist. En (2) dat het kleine mosterdzaadje heel groot werd, wordt niet gezien. En treffend is ook (3) zijn visie op het Koninkrijk van God in deze tijd, dat volgens hem maar slap is, en... dat ook zou moeten zijn. En (4) wat de oordelen in Openbaring met onze huidige eindtijdverwachting te maken hebben vindt hij maar moeilijk te vatten. Of wil Bakker aantonen dat die oordelen ook 2000 jaar duren, of gaan duren? Zou een 'grote verdrukking' van 1260 dagen voor hem ook te kort zijn?
Veel wordt er dus omgekeerd uitgelegd, onchiliastisch en onevangelisch, zoals veel kerkelijke uitleggers dat de eeuwen door gedaan hebben. 

Conclusie
Er zit best wat waarheid in het betoog, maar de vaagheid en de eenzijdigheid overheerst. Wat moet men ermee? Neem nou die vreemde stellingen aan het slot, dat "tempering een grondnotitie is in het Nieuwe Testament", en dat het wijs is om in deze tijd Jezus' komst maar niet spoedig te verwachten: "het kan nog wel even duren". En dat heet wijs...

Wilt u het artikel lezen? Lees dan hieronder verder. Onderstrepingen van mij (HS).


Ellips - oktober 2007

In het Nieuwe Testament vinden we twee lijnen ten aanzien van de verwachting van Christuswederkomst, betoogt dr. Bakker. De ene lijn verwacht de wederkomst per omgaande, de andere lijn weet van uitstel en vertraging. De twee lijnen beginnen al bij Jezus zelf. Ze zijn niet met elkaar in tegenspraak, maar bevatten elk hun eigen geestelijke les.

door HENK BAKKER

     leder die het Nieuwe Testament aandachtig bestudeert, zal zich moeten buigen over het vraagstuk van 'nabijheid en uitstel'. Beide gedachtepatronen zijn helder in het Nieuwe Testament aanwijsbaar. Opvallend zijn natuurlijk de teksten die over de nabijheid van Jezus' wederkomst, het wereldeinde en Gods wereldwijde koninkrijk gaan. Deze vallen de lezer onmiddellijk in het oog: 'Wanneer men u vervolgt in deze stad, vlucht naar de andere; want voorwaar, Ik zeg u, gij zult niet alle steden van Israël zijn rondgekomen, voordat de Zoon des mensen komt' (Mt10:23). 'Voorwaar, Ik zeg u: er zijn sommigen onder degenen, die hier staan, die de dood voorzeker niet zullen smaken, voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninklijke waardigheid' (16:28). 'Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het koninkrijk mijns Vaders' (26:29). 'Doch Ik zeg u, van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels' (vs64).
     De teksten overziend kan de lezer niet aan de indruk ontkomen dat Jezus het eschaton op zeer korte termijn verwachtte. Vanuit andere bijbelboeken kunnen we deze verwachting gemakkelijk aanvullen, want ook bijvoorbeeld Paulus, Johannes en Jakobus meenden dat het wereldeinde niet lang meer op zich liet wachten. Paulus schrijft aan de Korintiërs: 'Dit bedoel ik, broeders: de tijd is kort ( ... ) Want het uiterlijk van deze wereld is bezig te verdwijnen' (1Ko7:31), en: 'Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin' (1Ko15:51v.). Aan christenen van Rome schrijft de apostel: 'De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij' (Rm13:12). Johannes merkt op: 'Kinderen, het is de laatste ure' (1Jh2:18) en Jakobus zegt hetzelfde met andere woorden: 'Oefent ook gij geduld ( ... ) want de komst des Heren is nabij ( ... ) Zie, de Rechter staat voor de deur' (Jk5:8v.).
     Kortom: in het Nieuwe Testament is de verwachting van het snel naderende einde een dominant gegeven, dat door de Here Jezus zelf is aangedragen. Jezus verkondigde het spoedige aanbreken van het koninkrijk van God en droeg op zijn volgelingen het bewustzijn van urgentie over. Het was vijf voor twaalf en de velden waren wit om te oogsten (Mt9:37 38; Jh4:35). Het kon niet lang meer duren voordat God van bovenaf zou ingrijpen en het oordeel zou losbarsten.
     Boeiend is te merken dat zich in het Nieuwe Testament ook een tweede gedachtelijn doorzet, namelijk die van het temperen van de eindtijdverwachting, en dat deze lijn ook bij Jezus begint. Uitgerekend in de zogenaamde 'rede over de laatste dingen' probeerde Jezus aan zijn leerlingen duidelijk te maken dat ze zich door allerlei tekenen der tijden niet van de wijs moesten laten brengen. De discipelen vroegen aan Jezus wat het 'teken' (Gr. to semeion) van zijn komst zou zijn (Mt24:3). In plaats dat Jezus de vraag direct beantwoordde, wachtte Hij zevenentwintig verzen (tot vs30: 'dan zal het teken [Gr. to semeion] van de Zoon des mensen verschijnen') om eerst goed uit te leggen dat ze zich niet moesten laten verleiden en het hoofd op hol moesten laten jagen. Jezus beantwoordt de vraag in eerste instantie dus niet, en rea geert met: 'Ziet toe, dat niemand u verleide' (Mt24:4). Een vreemd antwoord van Jezus op de oorspronkelijke vraag! Blijkbaar zouden Jezus' leerlingen signalen als oorlogen, geruchten van oorlogen, opstanden, hongersnoden, aardbevingen en verkilling verkeerd kunnen uitleggen, en menen dat de wederkomst van de Heer aanstaande was. Integendeel: deze tekenen der tijden zijn eerder tekenen van uitstel te noemen dan tekenen van nabijheid.

In Lc is Jezus nog duidelijker. Daar staat: 'En wat is het teken, dat deze dingen zullen gebeuren? Hij zei: Ziet toe, dat gij u niet laat verleiden. Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben het, en: De tijd is nabij. Gaat hen niet achterna' (21:7v.). Met andere woorden, Jezus wil voorkomen dat zijn leerlingen op het verkeerde been worden gezet. Het is namelijk niet mogelijk op grond van de tekenen der tijden te veronderstellen dat het koninkrijk van God voor de deur staat (dat kan pas vanaf Mt24:32, de les van de vijgenboom, die terugverwijst naar vs29).' Voordat Jezus de vraag over de wederkomst beantwoordt, tempert Hij de hoogopgelopen verwachtingen door verzen lang uitgebreid te laten zien dat die wederkomst nog lang op zich kan laten wachten. In wezen schrijft de apostel Paulus hetzelfde. Hij roept de Tessalonicenzen op niet in paniek te raken of hun verstand te verliezen. Enkele christenen meenden dat het 'einde' van de wereld al was aangebroken en hadden voor niets anders meer tijd dan duimen draaien en naar boven kijken (2Ts3:6 12). Er waren zelfs profetieën, preken en zogenaamde brieven van Paulus in omloop die aanleiding tot de consternatie gaven, maar de apostel zelf ontkent dat het einde voor de deur zou staan. Eerst moest er volgens hem nog grote afval onder de christenen komen en moest de antichrist verschijnen. Eerder kon Jezus volgens hem niet wederkomen (2Ts2:1-4).

Interessant is hoe dit thema van tempering en uitstel vervolgens ook Mt25 domineert. Het hoofdstuk begint met de gelijkenis van de vijf wijze en vijf dwaze meisjes. Tien meisjes waren met lampen erop uit getrokken om een bruiloftsfeest te vieren en vooraf aan het feest de bruidegom op te wachten. Tijdens het wachten blijkt dat vijf van de tien meisjes niet voldoende olie hadden meegenomen. Het verhaal wil niet zeggen dat de meisjes niet mochten inslapen. In het geheel niet! Inslapen mag en kan soms niet anders, maar de vijf wijze meisjes konden zich het slaapje permitteren, de andere meisjes niet. De wijze meisjes hadden immers extra olie meegebracht. Daarom konden ze veilig even inslapen. Als de bruidegom zou arriveren, zouden ze nog voldoende olie in voorraad hebben. De dwaze meisjes sliepen in en hadden niet in de gaten dat ze niet voldoende olie bij zich hadden. In plaats van het slaapje hadden ze beter extra olie kunnen bijkopen. Want wat was het geval? Waarom zijn de wijze meisjes wijs en de domme meisjes dom? De wijze jonge dames dachten: laat ik maar extra olie meenemen, want het kan wel even duren voordat de bruidegom arriveert. De bruidegom kennende voorzagen zij zich van voldoende olie. Wie dom is dacht dat het feest wel snel zou beginnen. Blijkbaar was dit laatste niet snugger gedacht. Gods bruidegom neemt de tijd.

     De gelijkenis over de talenten die onmiddellijk volgt, stelt dan ook dat de man die geld onder zijn dienaren had verdeeld 'na lange tijd terugkeerde' (vs19). Het lijkt tegenstrijdig om de twee paradoxale eschatologische noties van nabijheid en afstand (met mooie Duitse woorden Naherwartung en Fernerwartung genoemd) in een en hetzelfde evangelie, vooral in Mt, allebei voor waar te houden.

Een soortgelijke spanning en tegenstrijdigheid zien we in de gelijkenissen over het koninkrijk in Mt13. De achterliggende vraag van deze gelijkenissen is die van de aard van het koninkrijk dat Jezus brengt en aankondigt. Bij het begrip koninkrijk dacht men immers aan vrijheid en vrede, welvaart en overwinning, beslist niet aan een lijdende Messias. De gelijkenissen van het koninkrijk corrigeren deze verwachting. Jezus laat zien dat het koninkrijk van God komt zoals een zaad in de aarde wordt geworpen. Niet alles van het zaad komt op. Gods zaad laat zich wegdrukken en overwoekeren, maar een deel zal zeker ontkiemen en opkomen (Mt13:1 9,18 23). Sterker nog: de wijze waarop Gods koninkrijk de wereld binnenkomt, zal de vraag doen stellen of het zaad dat God gebruikt wel goed zaad is. Bij het opkomen van het zaad van het evangelie valt niet direct te onderscheiden of de opkomende vrucht goed is of niet. De landarbeiders komen zelfs naar hun baas met de vraag: 'Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid?' (Mt13:27). Blijkbaar ontbreekt bij het opkomen en aantreden van Gods koninkrijk de verwachte duidelijkheid. In die zin stelt het karakter van Jezus' koninkrijk blijkbaar ook teleur. Gods koninkrijk gaat naar de zin van velen met te veel onduidelijkheid en gemengdheid gepaard. Daarom vergelijkt Jezus het komen van Gods koninkrijk ook met het neerlaten van een sleepnet dat zowel goede als slechte vis boven water haalt (Mt13:47v.). Het oude en het nieuwe valt bij God samen, zo lijkt het. Een leerling van Christus lijkt op iemand die 'uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt' (Mt13:52).




Niet alleen Jezus, de bruidegom, neemt de tijd. Ook het binnenkomen van Gods koninkrijk neemt de tijd. Terwijl het koninkrijk in Jezus er wel is, laat God nog nauwelijks iets van zijn kracht en pracht zien. Gods koninkrijk lijkt zo slap en nietig, zo stil en afwezig. Daarom is het koninkrijk te vergelijken met een klein brokje zuurdeeg of een nietig mosterdzaadje (Mt13:31 33). De wijze waarop het evangelie de wereld verovert, gaat dus niet met macht en majesteit of demonstraties van kracht en gebrul gepaard. God verovert de wereld voor zijn Zoon Jezus Christus in stilte, dat wil zeggen, met bescheidenheid en geleidelijkheid. In elk geval is dit anders dan de meeste Joden in de dagen van Jezus verwacht hebben. Jezus kwam met een vreemd koninkrijk.

Het boek Op sluit wat de gedachte van tempering betreft naadloos bij de evangeliën en Paulus aan. Doordat God Johannes eerst zegels en bazuinen laat zien, maakt Hij duidelijk dat er in het eindtijdscenario alle ruimte voor uitstel van oordeel is. Er moeten eerst zes zegels opengaan voordat onder het zevende zegel de boekrol met Gods plan pas werkelijk opengaat (en dán wordt het ook even stil in de hemel, de hemel houdt de adem in, 0p8:1). De zegels zijn het einde dus nog niet, evenmin de bazuinen. Bazuinen kondigen immers aan. Pas van de zevende bazuin wordt gezegd dat Gods geduld op is. De engel die Johannes ziet zegt dan: 'Er zal geen uitstel [Gr. chronos] meer zijn' (0p10:6v.). Bij het klinken van de zevende bazuin wordt gezegd dat Gods toorn is gekomen en het loon aan Gods heiligen wordt gegeven. Minstens de helft van Op staat dus in het teken van Gods geduld en uitstel, zoals ook Petrus schrijft: 'God heeft geduld met u' (2Pt3:9). Wie de rampen onder de zegels en bazuinen met de tekenen der tijden uit Mt24 vergelijkt, zal opvallende overeenkomsten aantreffen. Beide lijsten met catastrofes zijn omringd met Gods oneindige geduld, vandaar de vermelding van de regenboog in Op5:3 (rond Gods troon!) en 10:1 (aankondiging van de zevende bazuin!). Tempering van de eindtijdverwachting is in het Nieuwe Testament een grondnotie die ons huiverig moet maken voor boude uitspraken over Gods agenda. Laten we voorzichtig zijn en wijs. Wie wijs is rekent met Gods geduld, en denkt: het kan nog wel even duren.

Dr. H. Bakker (1960) heeft theologie gestudeerd te Leiden, Leuven (ETF en KUL) en Utrecht en is gepromoveerd in de oude christelijke letterkunde in Groningen. Hij is thans docent theologie en historische theologie aan de CHE, het baptistenseminarium te Bosch en Duin, en aan het Center of Evangelical and Reformation Theology (VU, Amsterdam). Daarnaast is hij in dienst van het lectoraat Gemeenteopbouw dat aan de CHE gevestigd is en is hij actief als kerkelijk consulent.

Enige aanbevolen literatuur
- David Aune, Revelation, Vol. 1 3 (Word Bibl. Comm. 52A C), Dallas: Word Books, 1997-98.
- G.K. Beale, The Book of Revelation: A Commentary on the Greek Text (The New Intern. Greek Test. Comm.), Grand Rapids: Eerdmans, 1999.
- Joachirn Jeremias, Die Gleichnisse Jesu, Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 19621.
- Idem, Neutestamentliche Theologie, 1.Teil: Die Verkündigung Jesu, Gütersloh: Gütersloher Verlagshaus Gerd Mohn, 1971.
- Werner Georg Kümmel, Verheiszung und Erfüllung: Untersuchungen zur eschatologischen Verkündigung Jesu. Zürich: Zwingli Verlag, 19561 (Eng.: Promise and Fuffilment. The Eschatological Message of Jesus, London: SCIVI Press, 1957, 19811).
- George Eldon Ladd, A Theology of the New Testament, enhanced & updated by Donald A. Hagner, Grand Rapids: Eerdmans, 1993.
- Ulrich Luz, Das Evangelium nach Matthäus, 1.-3. Teilband (Evang.-Kath. Komm. NT 1/1-3), Zürich/Braunschweig/Neukirchen: Benziger Verlag, Neukirchener Verlag, 1985/90/97.
- Leon Morris, The First and Second Epistle to the Thessalonians (New Intern. Comm. NT), Grand Rapids: Eerdmans, 1991.
- Norman Perrin, The Kingdom of God in the Teaching of Jesus (NT Library), London: SCIVI Press, 1963.
- Herman Ridderbos, De komst van het koninkrijk: Jezus' prediking volgens de synoptische evangeliën, Kampen: Kok, 19851.
- Charles A. Wanamaker, Commentary on 1 & 2 Thessalonians (New Intern. Gr. Test. Comm.), Grand Rapids/Exeter: Eerdmans, Paternoster Press, 1990.

Noten
1 De les van de vijgenboom is volgens Lucas een 'gelijkenis' (21:29, Gr. parabolè, dus de vijgenboom is niet een geestelijke metafoor!) die duidelijk terugverwijst naar vs28: Wanneer deze dingen [= vs25 27] beginnen te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog.'

(Onderstrepingen van mij, HS)


Meer critici: Geelhoed | Backtothebible | Bakker | Van Berghem | Bijbelgetrouw | Gorsira | Smith

Home | Granel.org | Hinn | Geelhoed | Ouweneel | Van der Ven | T.B.Joshua